Technische vereisten deelname Digilab
Voor deelname aan het Digilab-platform gelden de onderstaande technische vereisten.
De applicaties worden gedeployed op ons eigen bare-metal Kubernetes-cluster. Digilab probeert zo cloud-agnostisch mogelijk te zijn, waardoor het voor een applicatie niet zou moeten uitmaken waar deze precies draait.
Het platform van Digilab draait op een Haven-compliant Kubernetes-cluster. Dit stelt de volgende eisen aan de workloads:
- Elke workload moet gecontaineriseerd zijn, d.w.z. kunnen draaien in een (Docker) container.
- Elke container heeft een enkele functie; er mogen niet meerdere services draaien in één container.
- De workloads moeten stateless zijn, dus deze moeten niet schrijven naar hun local filesystem. Er kan wel geschreven worden naar databases en object storage.
- De container images dienen in een publiek beschikbare registry te staan. Dit mag wel afgeschermd zijn met authenticatie.
- Gebruikte poorten moeten hoger zijn dan
1024. Voor opensourcesoftware kun je meestal de standaardpoort gebruiken, zoals5432voor PostgreSQL of6379voor Redis. Voor webapplicaties gebruik je bijv.8000of8080, maar hier ben je vrij in. De bijbehorende service heeft in het eerste geval dezelfde poort, maar in het tweede geval (webapplicatie) altijd poort80. - Elke workload beschikt over een livenessProbe en een readinessProbe. Voor een webapplicatie moet dit een lichtgewicht call zijn, bijvoorbeeld een simpele pagina die enkel een correcte statuscode teruggeeft.
- Voor elke workload zijn resource requests en limits geconfigureerd, voor zowel
cpualsmemory.
Laatste wijziging: 14-08-2026.